Ik dacht dat ik alles had gehad.
De voorbereiding is 1 ding, je biedt ze stof aan waarvan je eigenlijk verwacht dat het een herhaling is, maar dan moet je zoveel stappen terug doen dat het net lijkt alsof ze nog nooit van deze taal hebben gehoord.
Ik had met de rest van de MVT-sectie, en dus met mijn stagebegeleidster, afgesproken dat ik ze een stukje grammatica (de voorzetsels en hoe dat ook weer zit met die naamvallen) aan biedt en als ze dat beheersen ga ik snel door: zo gezegd zo gedaan.
Maar tot nu toe heeft alle grammatica (en de oefeningen die erbij horen) die ik ze voorleg alleen maar meer vragen opgeroepen en ben ik nu maar weer de persoonlijke voornaamwoorden in de eerste, derde en vierde naamval uit aan het leggen...
Terwijl ik examenteksten met ze moet oefenen, en schrijfvaardigheid!
Het is nog te vroeg om in paniek te raken.
Dus ben ik toch maar begonnen ze daarnaast te begeleiden met hun leesdossier.
Ik ben bijna klaar met een reader waarin ik alles nog een keer opsom: strategieën en tips, suggesties voor boeken en gedichten, de eisen en het programma van het examen waar ze over een paar maanden mee worden geconfronteerd, de deadline in week 48, de toets in die week die bepaalt of ze in de bovenbouw mogen blijven zitten.
Ik weet dat het hier allemaal ietsje anders loopt dan op andere scholen.
Het is een soort turbo-klas, heel compact en intensief: redt je het niet dit jaar?, ok!, maar doe een stap terug, je zit niet op examenniveau...
Voor mij voelt het ook behoorlijk als turbo, zwemmen in het diepe, op deze manier.
Ik weet nog steeds niet wat de HAN (lees: de stagebeoordelaar) precies denkt over deze school, en haar methodes, maar ik geloof dat ik er wel veel van leer.
Als ik dit jaar overleef, kan ik alles aan.
Keine Kommentare:
Kommentar veröffentlichen