Dienstag, 31. Januar 2012

Readers maken...

Dat is bijna een integraal onderdeel geworden van het werk op deze groepen.
Nu heb ik er eentje gemaakt over de werkwoorden.
Mijn examenklassen....ik weet niet wat ze gedaan hebben in de afgelopen drie jaar, maar ze beheersen niet de basiskennis die ze zouden moeten hebben over de werkwoorden.
Ze kennen de naamvallen niet, weten niet dat er voorzetsels zijn die de naamvallen regeren en kunnen niet "zinsontleden".
Bij die laatste kan ik nog denken dat ze er gewoon geen zin in hebben als ik ze dat vraag, maar bij de rest is het echt een gebrek aan kennis, en hoeveel pijn het ook doet om het te zeggen, mijn voorgangers hebben echt zitten slapen. Hoe is het mogelijk dat iemand die over drie maanden examen moet gaan doen, gewoon niet weet wat een wissel-voorzetsel is...
Ik ga morgen maar weer eens de naamvallen herhalen, daarna verder met de werkwoorden. Deze ga ik koppelen aan een workshop voor Nederlands die ook over werkwoorden gaat. Hoe meer ze de verschillen en overeenkomsten zien tussen de vreemde taal en het Nederlands, hoe eerder (hoop ik) valt het kwartje. En ondertussen maar weer stug door met de lessenreeks en stageklassen...

Montag, 9. Januar 2012

Na de stilte...

Ik ben begonnen met het theoretisch onderbouwen en uitleggen van de lessenreeks. Ik heb de lessen gegeven in de maanden november en december. Ik heb er op gereflecteerd en nu moet ik er lering uit trekken. De lessen, het zijn er rond de tien, die ik heb gegeven bestaan uit zes hoofdstukken: Berlijn, Bonn, schelden, München, spreekwoorden en Kerstmis.
Dat lijkt een vreemde selectie, maar de rest van het jaar gaan we verder met allerlei andere steden en onderwerpen uit de Duitse cultuur, onderwerpen die ik elke maandag voorbereid. Deze klas is immers gewoon mijn onderbouwklas, ze hebben de rest van dit jaar les van mij en wellicht volgend jaar ook, in de bovenbouw, de examenklas...
Ik had ze zo mooi gepland die stage-lessen, maar in de reflectie blijkt, zo valt me nu steeds weer op, dat ik erg veel heb moeten improviseren, al had ik voldoende materiaal om mee af te wisselen.
Ik heb niet heel erg veel hulpmiddelen, en merk dat ik de neiging heb om daar in mijn planning en ontwerp ook rekening mee te houden. Alsof ik tegen mezelf zeg dat een powerpoint toch geen zin heeft omdat ik inmiddels toch weet dat "alle schermen in gebruik zullen zijn op dat uur die dinsdag", dat ik beter iets kan doen waarbij ik gewoon het bord moet gebruiken of gewoon een kopietje moet uitdelen...
Ik heb constant wisselende groepen gehad (meer dan ooit met Geschiedenis voor mijn gevoel) en vanaf deze week gaan een aantal examenklanten naar mijn onderbouw, omdat ze besloten hebben geen examen te doen. Dat betekent dat ik met hen dus weer min of meer opnieuw moet beginnen, een stuk terug moet pakken in ieder geval, voordat ze kunnen meedraaien in het programma van die groep. Niet alleen didactisch.
Ik ben de komende weken waarschijnlijk vooral aan het opvoeden. Ze gaan op zoek naar nieuwe sparring-partners, mij kennen ze al. Het wordt weer even hard er aan trekken en goed opletten, omdat ik de eerste tijd de handicap voel van een groep die geen groep meer is. Storming, forming, norming, ik had het net weer een keer gelezen voor een tentamen, kan ik het gelijk in de praktijk brengen. In de praktijk kost
dit met deze club veel tijd en energie. De doelgroep is niet dol op (en niet erg goed met) structuren die veranderen, daar worden ze erg onrustig van. Bij ons gebeurt dit dus net als op alle scholen net zo goed iedere keer als er iets in de samenstelling van zo'n klas verandert, alleen....: bij ons verandert die samenstelling iets vaker dan op een reguliere school. We hebben instromers, uitstromers, rebounders, mensen die teruggezet worden, mensen die opeens gaan versnellen, mensen die gesloten zaten en weer terug zijn en weer gesloten gaan...
Ik heb dus maar weer eens nieuwe werkwijzers gemaakt, daarin opnieuw uitgelegd hoe de week er uit ziet, voor de onderbouw en voor de examengroepen, en hoop dat we allemaal weer snel ons ritme vinden.
Hollen of stilstaan, nog steeds niet echt het favoriete onderdeel van mijn werk...


Samstag, 10. Dezember 2011

Langzaam maar zeker....

...begint zich een min of meer beschrijfbare structuur, een herkenbaar patroon af te tekenen in wat ik doe.
Langzaam....maar zeker.
Ook de tweede toets leverende geen daverend crescendo op.
Bij de andere collega's trouwens ook niet, mij is verzekerd dat het niet aan de toets lag en ook niet aan mijn lessen: onze jongeren leren gewoon niet.
De wat slimmere probleemleerling die wij in huis hebben overschat zichzelf doorgaans fenomenaal, en heeft dus baat bij een confrontatie met nogal magere resultaten.
Nooit het resultaat van de toetsen op jezelf betrekken is de raad van mijn collega's.
Ik vond dat zo moeilijk, te meer omdat ook ik in het begin van mijn loopbaan het succes van mijn lessen aan de resultaten van de toetsen koppelde.
Ik kan mij bovendien een vrij recente les vakdidactiek op de HAN herinneren waar een docent in opleiding blij aan de hele lesgroep mededeelde dat voor zijn toets iedereen een voldoende had gehaald, waarop er door verschillende mensen enthousiast werd geroepen dat hij dan zeker goed zijn best had gedaan.
Als dit echt zo werkt, dan doe ik vast niet goed genoeg mijn best dacht ik toen nog...
Als het resultaat van de toets iets zegt over de docent, wat zeggen dan die onvoldoendes van mijn groepen over mij...?
Het is misschien moeilijk te geloven, maar we hadden afgelopen week de eerste officiële toetsweek in de geschiedenis van onze school.
In het verleden hadden we altijd de overtuiging dat onze jongeren dit niet zouden trekken.
Hele revoluties hebben zich afgespeeld; het zou te regulier zijn, ze zaten toch niet op een gewone school (zitten ze ook niet, maar goed), ze zouden het boycotten en daar zouden we dan staan met onze toetsen en ons goed fatsoen.
Jaren van behoedzame diplomatie zijn er aan voorafgegaan en nu was het dan eindelijk zover.
Vorig jaar hadden we al geëxperimenteerd met een periode waarin grofweg iedereen een toets moest geven, dat was goed verlopen.
Deze keer werd de hele week vrij geroosterd en was er een echt "tentamenrooster".
Ik was een goede week bezig geweest met het maken van de Duitse toetsen voor de examengroepen, de toetsen voor de pre-groepen, de aangepaste toetsen voor jongeren die later binnen waren gekomen, de aangepaste toetsen voor die jongeren die een gedifferentieerd eisenpakket hebben, en de toets voor de geschiedenis onderbouw.
In het verleden toetste iedereen in zijn eigen toko (allemaal éénpersoons-sekties) meestal naar eigen inzicht, en zorgde iedereen er voor dat er tegen een bepaalde datum wat gegevens lagen.
Mij beviel deze week uitstekend.
Ik kon eindelijk eens rustig werken aan de formulieren van de voortgangs-evaluatie en ik had heel veel tijd om rustig na te kijken.
Het is bovendien in mijn bescheiden opvatting een goed signaal naar leerlingen toe: een manier om ze gedoseerd in aanraking te brengen met een zekere werkdruk, ook omdat de week erna een harde deadline lag voor de leesdossiers: zonder leesdossier geen geldig positief examen-advies.
Bovendien zullen ze op iedere vervolgopleiding ook met dit soort toetsweken worden geconfronteerd, ze kunnen er maar beter aan wennen.
Ik had mijn toets van te voren met een ervaren vakdocente van de sektie MVT besproken, ik heb niet te streng gerekend, ik had ruim van te voren de stof en de manier van toetsen doorgesproken met mijn leerlingen, én alle grammatica op de website gezet en
dit verhaal ook nog eens in hun postvakje gelegd.
Op de dag van de toets kwamen er verschillende leerlingen naar mij toe met de mededeling dat ze het verkeerde hadden geleerd, of niet hadden geleerd, de toets dus niet gemaakt kon worden, of ze mochten herkansen...maar moet je daarvoor niet eerst een toets hebben gemaakt?
Mijn collega's kijken er ook niet meer van op, ze kennen en delen deze ervaringen.
En toen heb ik het maar losgelaten.
Mijn deadline was deze week: het op tijd nakijken en doorspelen van de gegevens, het invullen van de evaluatieformulieren inclusief geven van examen-advies, alles moest 9 december af zijn.
Die deadline is gehaald.
Nu kan ik gaan blokken voor het tentamen onderwijskunde.
Langzaam maar zeker....


Montag, 14. November 2011

Werk in uitvoering.

Het zal nog even stil blijven hier, maar in mijn hoofd gebeurt er echt wel van alles.
Hopelijk kan ik dat straks ook allemaal omzetten naar een degelijk verhaal.
De lessenreeks is zo goed als af, maar moet nog goed worden uitgevoerd.
Ik ga de kerstvakantie gebruiken om alles te beschrijven.
Ik ga het héééél erg rustig aan doen, want ik vind het erg ingewikkeld, die vertaalslag.
Maar de lessen draaien en ik vind het steeds fijner gaan!
Ik ga bijvoorbeeld met mijn collega van Nederlands het gedicht 'Todesfuge' van Paul Celan behandelen.
We vinden het nog steeds belangrijk om dezelfde dingen tegelijk aan te bieden in verschillende talen, dat is gelukkig geen 'vaag leuk' idee gebleven.
We zijn er van overtuigd dat de leerlingen daar hun voordeel mee kunnen doen, dat ze sneller door krijgen wat iets betekent, in welke context iets staat...
Het is dan wel geen Duits maar : Slow but steady wins the race...

Montag, 17. Oktober 2011

Eerste toets.

Allemaal onvoldoende...
Ik weet dat ze niet geleerd hadden, maar toch steekt het me.
Dit is een groep die over een paar maanden examen gaat doen.
Deze toets ging over Adjektive, Präpositionen, Grundverben, en als nagerecht nog een stuk woordenschat waar ze al weken mee bezig zijn.
Allemaal dingen die ze al lang zouden moeten beheersen, maar waarvan ik merkte dat ze er helemaal niets van wisten, dus heb ik het herhaald met ze.
Ik vraag me af of ik niet beter gewoon examenteksten met ze moet gaan oefenen, maar moeten ze daarvoor niet ook een elementaire kennis hebben van hoe bijvoorbeeld werkwoorden vervoegd moeten worden?
Dit gaat zo ontzettend in tegen mijn gevoel.
Morgen sta ik daar met die toetsen, gaan we ze nabespreken...

Freitag, 14. Oktober 2011

Plan B?

De komende weken even alleen maar werken.
Drie weken lesvrij op de HAN voelt als een cadeautje.
Ik contempleer met betrekking tot de opleiding herhaaldelijk over dat gooien van die handdoek in de spreekwoordelijke ring, maar dat mag gewoon niet van verschillende docenten die mij de afgelopen jaren hebben meegemaakt, zo is mij medegedeeld.
Dus verder maar weer, ik wil dit ook zo graag afmaken.
Een week alleen maar werken is een heel fijn vooruitzicht.
Op zich gaat het in die vier klassen Duits die ik heb toch elke week beter.
Het samenwerken met de andere docenten, met wie ik regelmatig de werkwijzers naast elkaar leg om te kijken wat er hoe en in welke mate wordt aangeboden, loopt soepel.
Ook al is het een ander ERK-target, met de docent van Engels bespreek ik de manier waarop zij schrijfvaardigheid aanbiedt en het maken van toetsen.
Met de docent Nederlands/Spaans bespreek ik elke week een uur lang wat ik doe, hoe het gaat, wat ik moet veranderen en wat vooral niet.
Ook zij lopen na al die jaren keihard tegen het gegeven dat je inderdaad eerst wekenlang terug aan het schakelen bent, en dat het steeds opnieuw beginnen heel erg lastig blijft.
Ik ben niet de enige docent die steeds opnieuw op een andere manier grammatica-problemen behandelt die eigenlijk niet thuis horen in het examenjaar....
Ik krijg terug dat ik een heleboel dingen doe zoals zij, en daarmee lijk ik redelijk goed in de MVT-sektie van onze school te passen.
Het lesgeven hier is een hele compacte, helemaal op het staats-examen toegespitste, race naar het einde van het jaar, waarin ik, daar ben ik heel eerlijk in, veel meer bezig ben met het zorgen dat ze alles gehad hebben, in plaats van met hoe ze het gehad hebben...
Mijn lessen Geschiedenis lopen nu opeens helemaal vanzelf, de oude sloffen zitten altijd beter dan de nieuwe hippe schoenen denk ik dan maar...
Ploeteren is ook erg leerzaam ondervind ik nu, tenzij het echt stumperen wordt.
Daar zouden ze een schaal in moeten maken: zwoegen is gewoon hard werken, ploeteren is als een kip zonder kop, stumperen is kansloos.
Ik heb al een plan B bedacht voor het geval mijn stage echt niet van de grond komt: het praktijkonderzoek afronden en volgend jaar de stage, desnoods ergens anders...
Maar de deadline om knopen door te hakken staat nu vast voor de Kerstvakantie, niet eerder.
Dit weekend eerst maar eens de grote indicatie-toets Duits en de eerste toets van Geschiedenis nakijken, dat lijkt me een uitstekende klus voor de zondagmiddag.
Troost u, begeleiders, als u er al gek van wordt dat ik elke week opnieuw lijk te beginnen: ik ook.

Sonntag, 9. Oktober 2011

Damn slow...

Met het risico op een versleten plaat te gaan lijken...er zit nog geen schot in mijn stage-planning, maar de tijd verstrijkt en de druk loopt op.
Over een maand moet ik examenadviezen gaan geven, en dat lijkt op dit moment gewoonweg absurd.
Het voortdurend zoeken en elke dag opnieuw beginnen is erger dan ooit.
Ik heb dit probleem nooit gehad met het geven van Geschiedenis.
Daar staat of valt het soms wel met wat gemiste structuurbegrippen, maar de grove basis is er altijd nog wel.
Ik ervaar nu aan den lijve waarom het verloop van de Duits-docenten bij ons zo groot is de laatste twee jaar : de bouw-metafoor breekt ze op.
Ik weet namelijk niet alleen niet wat ze willen dat ik bouw deze week, bouwen met stenen die elke keer uit elkaar vallen is lastiger dan wat ik tot nu toe deed.
Elke les zit er een nieuwe leerling voor mijn neus, die frequentie loopt fors op.
De klassen zijn niet meer op maat gedifferentieerd, elke leerling heeft zijn eigen differentiatie.
Er is geen sprake meer van een logische opeenvolging van lessen, elke leerling is met een individueel traject bezig, gaat een tijdje op vakantie of zit nog op de rebound (en die leerlingen krijgen mij niet eens te zien, maar krijgen wel toetsen via mij omdat er daar geen docent voor ze is), samenwerkend leren is vrijwel onmogelijk, want de één spreekt een beetje Duits, en de ander verstaat er helemaal niets van of doet alsof om van het gezever af te zijn.
Ik kan mensen niet tot elkaar of elkaars stoornis veroordelen in zo'n setting, alleen maar omdat dit een eis is waaraan de lesjes uit mijn lessenreeks moeten voldoen in het kader van de proeve en mijn stage.
Ik heb de afgelopen week eigenlijk alleen maar met de gedachte rondgelopen dat het misschien toch allemaal gewoon niet lukt op deze school, en ik beter met die hele opleiding kan stoppen.
Want ergens anders stage gaan lopen om het wel kloppend te krijgen is eigenlijk ook de kop in het zand steken, want er zijn nu eenmaal scholen als deze en daar werken mensen zoals ik.
Dit kan toch niet anders dan een situatie zijn waarin zich meer stagiaires bevinden, omdat er natuurlijk meer scholen zijn met leerlingen zoals bij ons...Waarom lukt het dan niet?
Die vervloekte powerpoint van twintig pagina's waarin puntsgewijs staat waar de lessenreeks allemaal aan moet voldoen is misschien toch mijn nekslag geweest.
Dát, en een flinke verkoudheid waardoor ik een paar dagen gevloerd was.
Overeindkrabbelend zie ik even niet meer hoe ik het moet gaan aanpakken vanaf hier, en het stopt nooit, dit is het, elke dag, steeds opnieuw...
De theorie van mijn opleiding begint, vergeleken met mijn grimmige alledaagse praktijk, te lijken op een onrealistische nare roze wolk met bloemen en konijntjes, waar iedereen braaf naar school komt en zijn lesjes leert, een appel voor de juf meenemend en met blozende wangetjes en succesverhalen weer naar huis gaat : "Allemaal een acht vandaag, goed gedaan juf! ".
Als het resultaat van de leerlingen daadwerkelijk iets zegt over de kwaliteit van de docent (zoals mevrouw Bijsterveld en een paar onderwijsdeskundigen herhaaldelijk in mijn oor blijven roeptoeteren) dan zou ik eigenlijk uit principe de handdoek in de ring moeten gooien.
Ik ga steeds langzamer, zo dadelijk sta ik stil.
Dan val ik om, zwaartekracht, of ik zie het opeens wel, het licht....

Freitag, 30. September 2011

Shoppen.

Dat is wat ik kan doen.
Ik besef heel goed dat mijn werkvloer niet helemaal aansluit op de eisen van de proeve van bekwaamheid.
Nu zijn er natuurlijk meer mensen die in het speciaal onderwijs werken, of zelf hun materiaal moeten samenstellen, maar ik begin steeds meer door te krijgen waar mijn handicaps in deze zitten.
Ik moet straks voor mijn opleiding een doorlopende leerlijn beschrijven die er niet is.
Ik moet er eentje ontwerpen en uitvoeren, maar er is niemand die hem kan volgen.
Ik krijg nu met regelmaat van elke twee weken nieuwe leerlingen in mijn groepen, ze gaan trouwens ook weer in hetzelfde tempo weg, naar een andere school of hogere niveau-groep.
Dat zorgt er voor dat ik in de drie weken dat ik een onderbouwgroep heb, maar ook in de bovenbouw, steeds een wisselende populatie voor mijn neus heb zitten.
Tot aan de kerst zeker is dat elk jaar het beeld, daarna houd je een redelijk stabiel groepje over dat de rest van de rit van dat jaar uitzit...
Elke lesplanner die ik had, met elke oefening die ik aanbood, gedifferentieerd en wel, kon halverwege de les aan de kant worden geschoven, omdat het geen zin had om voort te bouwen op een gammel fundament.
Of omdat degene voor wie de extra ingelaste les bedoeld was er niet meer was.
Nu ben ik dat gewend, en met het geven van Geschiedenis was dit nooit een heel groot probleem, ik kan improviseren en na zeventien jaar raak je ook wel gewend aan het gekkenhuis dat Eigenwijs heet.
Maar bij het aanleveren van de bouwstenen, waar ze de taal mee opbouwen, is inmiddels de bestelling al zo vaak veranderd dat ik soms niet meer zo goed weet wat ik nu aan het bouwen ben zeg maar.
Ik ben dan ook voornamelijk gaten aan het dichten en nog steeds aan het determineren op welk niveau iedereen zit.
Maar het levert wel bizarre situaties op: iemand die over een paar maanden examen wil/moet doen leren zinnen te ontleden bijvoorbeeld...dat is stof uit groep 8 en ik vraag me af wat er mis gegaan is bij zo iemand.
Ik ben inmiddels wel blij dat ik geen mentor ben.
Ik heb ruim zes jaar mentoraat gedraaid en me ook in die spagaat bevonden dat ik als docent vind dat het gewoon niet kan om iemand met zo'n gatenkaas-carrière het examen in te sturen, terwijl ik als mentor niet anders kan dan iemand die nog maar één jaar de tijd heeft het examen te laten aanvragen en het beste er van te hopen en dus zo iemand naar mijn collega's te sturen met de mededeling dat het dit jaar moet gebeuren anders wordt het niets meer.
Het Flexcollege is laatste-kans-onderwijs, dat is onze onderwijs-realiteit.
Ik moet ze daarnaast ook nog eens eerst opvoeden.
Jawel, je maakt wel huiswerk als ik je dat vraag, ook al hoefde dat op je vorige school niet.
Jawel, je moet die rijtjes gewoon leren, ook al hoefde dat op je vorige school niet.
Jawel, je moet wel naar mijn les komen als ik dat vraag, ook al...
Jawel, ik weet dat je het op je vorige school allemaal anders deed, maar daarom zit je nu ook hier, lieve schat.
Ik ben vooral pedagoog en daarna docent, ik zou het ook graag anders om willen zien of in ieder geval iets meer in balans.
Het Flex College is door het gehele middelbare onderwijs in de regio in het leven geroepen , als antwoord op de hoge uitval, en is dus gericht op maximale uitstroom: snel en compact op niveau brengen voor het examen en door laten stromen naar het MBO.
Dat wij daarnaast proberen toch zoveel mogelijk binnen onderwijskaders te blijven en ze toch meer aan te bieden dan alleen examentraining, waar mogelijk, is een hele kluif.
Daarnaast de regels van de proeve van bekwaamheid leggen en proberen om vijf aanéénsluitende lesjes te geven lijkt op dit moment een fop-opdracht.
Maar ik ga shoppen.
Samenwerkend leren doen ze in de bovenbouw, want daar zijn ze met meer.
Leuke concentrische leesopdrachten doe ik in de werkuren, want daar zitten ze redelijk stil en kunnen ze geen kant op.
Oefeningen maken en grammatica-lessen doen ze in de onderbouw met een methode omdat ze daar vaak echt op nul beginnen, ook al zijn ze de vijftien al gepasseerd.
En dan ga ik daarna wel kijken hoe ik dat allemaal aan de theorie verbind.
Het kan dus nog even duren voordat ik aan het schrijven sla, maar ik heb besloten dat ik geen haast heb en dit niet wil afraffelen.
Werk in uitvoering wederom.



Freitag, 23. September 2011

Leesvaardigheid enzo...

Ik ben deze week begonnen met leesvaardigheid en schrijfvaardigheid in de onderbouw.
En met leestraining voor de bovenbouw.
Zodra ik een beetje door heb waar hun startpunt is ga ik daar die lessenreeks op af stemmen.
Ik heb geen vaste methode hier waar we mee werken, ik stel het meeste zelf samen, maar wellicht kies ik er straks gewoon eentje uit en hang de lessen daar aan op.
Op dit moment zijn het vooral korte opdrachten en onderwijs-leergesprekken, om ze te laten wennen aan het Duits en aan het praten te krijgen.
Ik weet dat het niet echt ideaal is om leerlingen hardop te laten lezen om hun uitspraak te oefenen, maar ik wilde toch eens horen hoe ze het in de onderbouw aanpakten, zo'n tekst.
Ik kon een snelle inventarisatie maken van de uitspraak en waar aan gewerkt kan worden, en vanaf nu ga ik het weer doen zoals het volgens het boekje moet.

Door ze ook stil te laten lezen, leren ze op tempo te lezen, en dat moeten ze volgend jaar kunnen...
We gaan vanaf nu klassikaal werken aan hun leesdossier en ik heb al twee boeken uitgekozen voor beide bovenbouw-klassen, een programma-onderdeel waar ik me al erg op verheug.

Vanaf nu moeten ze elke week een substantieel deel van het boek lezen thuis, terwijl ik in de les meer vertel over de periode, de auteur...
Lezen is niet hun forté, maar ik vind de boeken zelf interessant en ik hoop dat mijn enthousiasme ze over de streep kan trekken.
Verder is het de komende twee weken vooral zaak zo snel mogelijk te determineren waar ze staan met het oog op hun examenniveau.
Aangezien ik een deel van de mensen helemaal niet ken, een deel van de mensen nooit Duits heeft gehad, en een deel net deze week ingestroomd is, moet ik een noodgreep doen en terugvallen op woordjes leren.
De grote grammatica indicatie-toets komt namelijk pas in week 41, maar de week daarvoor is er al een "signalering", en ik moet per leerling aangeven of ze überhaupt werken, of ze in de goede niveau-groep zitten en of er al probleemgebieden aan te wijzen zijn op het stuk "leren", want dat er bij allen een motivatie-issue of iets anders ligt is eigenlijk een open deur, die ik liever niet ga intrappen.
Ik heb besloten dit, vanaf nu schriftelijk, elke week met de vocabulaire-lijsten te toetsen: Heb je geleerd? Heb je goed geleerd? Heb je de woorden begrepen?
Het geeft me misschien niet echt een duidelijke probleem of fouten-analyse, maar ik zie wel meteen wie er werkt en wie niet...
Ook belangrijk.

Freitag, 16. September 2011

Lessenserie?... damn!

Vrolijk werd ik er niet van, van de powerpoint over de lessenserie en de criteria.
Bovenop alles wat ik nu al in mijn hoofd heb komt ook de paniek dat ik straks misschien niet kan laten zien dat ik dit vak beheers, dat ik in plaats van theoretisch veel te praktisch ben.
Er moet zoveel in, er lijkt zo weinig ruimte op mijn werk om dat er allemaal in te proppen.
Wij zijn zoals eerder gezegd "turbo", wij zijn eigenlijk voornamelijk ingericht als veredelde examentraining, wij zijn maar twee á drie jaar uit hun leven...
De vormtaal die mij wordt gevraagd te gebruiken voor de verslaglegging is gewoon anders dan waar ik dagelijks tegen aan loop, soms denk ik wel eens dat ik verpest ben voor het reguliere onderwijs...
De school waar ik werk is verre van aangeharkt, de leerlingen zijn complex en het zijn er eigenlijk te weinig in de onderbouw om een reguliere stage mee te lopen.
Ik ga nooit in een rechte lijn van A naar B, ben altijd weer opnieuw aan het beginnen, heb elke twee weken een nieuwe leerling erbij door de open instroom en al met al krijg ik stevig de zenuwen op mijn maag als mij gevraagd wordt dit nu al allemaal te koppelen aan de theorie van de opleiding.
Mocht het allemaal helemaal niet meer lukken, moet ik er nog een jaar studie aan vastplakken, zelfs in het uiterste geval deze opleiding eventueel niet kunnen afsluiten bij gebrek aan een goed portfolio of een voldoende beoordeling, ben ik nog steeds de docent Duits...dat is een vreemde, beetje enge gedachte maar vreemd genoeg ook geruststellend.
Als ik mijn zogenaamde "pad van mislukking visualiseer" (cognitief trucje) leef ik aan het eind gewoon nog!, er kan mij dus niets engs gebeuren.
Ik ben vandaag na gisteren weer een beetje zen en ga maar gewoon stug door.
Maandag is er weer een week.