...begint zich een min of meer beschrijfbare structuur, een herkenbaar patroon af te tekenen in wat ik doe.
Langzaam....maar zeker.
Ook de tweede toets leverende geen daverend crescendo op.
Bij de andere collega's trouwens ook niet, mij is verzekerd dat het niet aan de toets lag en ook niet aan mijn lessen: onze jongeren leren gewoon niet.
De wat slimmere probleemleerling die wij in huis hebben overschat zichzelf doorgaans fenomenaal, en heeft dus baat bij een confrontatie met nogal magere resultaten.
Nooit het resultaat van de toetsen op jezelf betrekken is de raad van mijn collega's.
Ik vond dat zo moeilijk, te meer omdat ook ik in het begin van mijn loopbaan het succes van mijn lessen aan de resultaten van de toetsen koppelde.
Ik kan mij bovendien een vrij recente les vakdidactiek op de HAN herinneren waar een docent in opleiding blij aan de hele lesgroep mededeelde dat voor zijn toets iedereen een voldoende had gehaald, waarop er door verschillende mensen enthousiast werd geroepen dat hij dan zeker goed zijn best had gedaan.
Als dit echt zo werkt, dan doe ik vast niet goed genoeg mijn best dacht ik toen nog...
Als het resultaat van de toets iets zegt over de docent, wat zeggen dan die onvoldoendes van mijn groepen over mij...?
Het is misschien moeilijk te geloven, maar we hadden afgelopen week de eerste officiële toetsweek in de geschiedenis van onze school.
In het verleden hadden we altijd de overtuiging dat onze jongeren dit niet zouden trekken.
Hele revoluties hebben zich afgespeeld; het zou te regulier zijn, ze zaten toch niet op een gewone school (zitten ze ook niet, maar goed), ze zouden het boycotten en daar zouden we dan staan met onze toetsen en ons goed fatsoen.
Jaren van behoedzame diplomatie zijn er aan voorafgegaan en nu was het dan eindelijk zover.
Vorig jaar hadden we al geëxperimenteerd met een periode waarin grofweg iedereen een toets moest geven, dat was goed verlopen.
Deze keer werd de hele week vrij geroosterd en was er een echt "tentamenrooster".
Ik was een goede week bezig geweest met het maken van de Duitse toetsen voor de examengroepen, de toetsen voor de pre-groepen, de aangepaste toetsen voor jongeren die later binnen waren gekomen, de aangepaste toetsen voor die jongeren die een gedifferentieerd eisenpakket hebben, en de toets voor de geschiedenis onderbouw.
In het verleden toetste iedereen in zijn eigen toko (allemaal éénpersoons-sekties) meestal naar eigen inzicht, en zorgde iedereen er voor dat er tegen een bepaalde datum wat gegevens lagen.
Mij beviel deze week uitstekend.
Ik kon eindelijk eens rustig werken aan de formulieren van de voortgangs-evaluatie en ik had heel veel tijd om rustig na te kijken.
Het is bovendien in mijn bescheiden opvatting een goed signaal naar leerlingen toe: een manier om ze gedoseerd in aanraking te brengen met een zekere werkdruk, ook omdat de week erna een harde deadline lag voor de leesdossiers: zonder leesdossier geen geldig positief examen-advies.
Bovendien zullen ze op iedere vervolgopleiding ook met dit soort toetsweken worden geconfronteerd, ze kunnen er maar beter aan wennen.
Ik had mijn toets van te voren met een ervaren vakdocente van de sektie MVT besproken, ik heb niet te streng gerekend, ik had ruim van te voren de stof en de manier van toetsen doorgesproken met mijn leerlingen, én alle grammatica op de website gezet en dit verhaal ook nog eens in hun postvakje gelegd.
Op de dag van de toets kwamen er verschillende leerlingen naar mij toe met de mededeling dat ze het verkeerde hadden geleerd, of niet hadden geleerd, de toets dus niet gemaakt kon worden, of ze mochten herkansen...maar moet je daarvoor niet eerst een toets hebben gemaakt?
Mijn collega's kijken er ook niet meer van op, ze kennen en delen deze ervaringen.
En toen heb ik het maar losgelaten.
Mijn deadline was deze week: het op tijd nakijken en doorspelen van de gegevens, het invullen van de evaluatieformulieren inclusief geven van examen-advies, alles moest 9 december af zijn.
Die deadline is gehaald.
Nu kan ik gaan blokken voor het tentamen onderwijskunde.
Langzaam maar zeker....
Welkom in mijn huiskamer, hier ga ik nogal onregelmatig verslag doen van mijn stageperikelen met de onderbouw, mijn reguliere werk met de bovenbouw Duits, het praktijkonderzoek, het afstuderen, de successen en de mislukkingen en alles wat ik niet mag vergeten, en u mag meekijken. Voor goede raad en aanmoedigingen sta ik altijd open.
Samstag, 10. Dezember 2011
Montag, 14. November 2011
Werk in uitvoering.
Het zal nog even stil blijven hier, maar in mijn hoofd gebeurt er echt wel van alles.
Hopelijk kan ik dat straks ook allemaal omzetten naar een degelijk verhaal.
De lessenreeks is zo goed als af, maar moet nog goed worden uitgevoerd.
Ik ga de kerstvakantie gebruiken om alles te beschrijven.
Ik ga het héééél erg rustig aan doen, want ik vind het erg ingewikkeld, die vertaalslag.
Maar de lessen draaien en ik vind het steeds fijner gaan!
Ik ga bijvoorbeeld met mijn collega van Nederlands het gedicht 'Todesfuge' van Paul Celan behandelen.
We vinden het nog steeds belangrijk om dezelfde dingen tegelijk aan te bieden in verschillende talen, dat is gelukkig geen 'vaag leuk' idee gebleven.
We zijn er van overtuigd dat de leerlingen daar hun voordeel mee kunnen doen, dat ze sneller door krijgen wat iets betekent, in welke context iets staat...
Het is dan wel geen Duits maar : Slow but steady wins the race...
Hopelijk kan ik dat straks ook allemaal omzetten naar een degelijk verhaal.
De lessenreeks is zo goed als af, maar moet nog goed worden uitgevoerd.
Ik ga de kerstvakantie gebruiken om alles te beschrijven.
Ik ga het héééél erg rustig aan doen, want ik vind het erg ingewikkeld, die vertaalslag.
Maar de lessen draaien en ik vind het steeds fijner gaan!
Ik ga bijvoorbeeld met mijn collega van Nederlands het gedicht 'Todesfuge' van Paul Celan behandelen.
We vinden het nog steeds belangrijk om dezelfde dingen tegelijk aan te bieden in verschillende talen, dat is gelukkig geen 'vaag leuk' idee gebleven.
We zijn er van overtuigd dat de leerlingen daar hun voordeel mee kunnen doen, dat ze sneller door krijgen wat iets betekent, in welke context iets staat...
Het is dan wel geen Duits maar : Slow but steady wins the race...
Montag, 17. Oktober 2011
Eerste toets.
Allemaal onvoldoende...
Ik weet dat ze niet geleerd hadden, maar toch steekt het me.
Dit is een groep die over een paar maanden examen gaat doen.
Deze toets ging over Adjektive, Präpositionen, Grundverben, en als nagerecht nog een stuk woordenschat waar ze al weken mee bezig zijn.
Allemaal dingen die ze al lang zouden moeten beheersen, maar waarvan ik merkte dat ze er helemaal niets van wisten, dus heb ik het herhaald met ze.
Ik vraag me af of ik niet beter gewoon examenteksten met ze moet gaan oefenen, maar moeten ze daarvoor niet ook een elementaire kennis hebben van hoe bijvoorbeeld werkwoorden vervoegd moeten worden?
Dit gaat zo ontzettend in tegen mijn gevoel.
Morgen sta ik daar met die toetsen, gaan we ze nabespreken...
Ik weet dat ze niet geleerd hadden, maar toch steekt het me.
Dit is een groep die over een paar maanden examen gaat doen.
Deze toets ging over Adjektive, Präpositionen, Grundverben, en als nagerecht nog een stuk woordenschat waar ze al weken mee bezig zijn.
Allemaal dingen die ze al lang zouden moeten beheersen, maar waarvan ik merkte dat ze er helemaal niets van wisten, dus heb ik het herhaald met ze.
Ik vraag me af of ik niet beter gewoon examenteksten met ze moet gaan oefenen, maar moeten ze daarvoor niet ook een elementaire kennis hebben van hoe bijvoorbeeld werkwoorden vervoegd moeten worden?
Dit gaat zo ontzettend in tegen mijn gevoel.
Morgen sta ik daar met die toetsen, gaan we ze nabespreken...
Freitag, 14. Oktober 2011
Plan B?
De komende weken even alleen maar werken.
Drie weken lesvrij op de HAN voelt als een cadeautje.
Ik contempleer met betrekking tot de opleiding herhaaldelijk over dat gooien van die handdoek in de spreekwoordelijke ring, maar dat mag gewoon niet van verschillende docenten die mij de afgelopen jaren hebben meegemaakt, zo is mij medegedeeld.
Dus verder maar weer, ik wil dit ook zo graag afmaken.
Een week alleen maar werken is een heel fijn vooruitzicht.
Op zich gaat het in die vier klassen Duits die ik heb toch elke week beter.
Het samenwerken met de andere docenten, met wie ik regelmatig de werkwijzers naast elkaar leg om te kijken wat er hoe en in welke mate wordt aangeboden, loopt soepel.
Ook al is het een ander ERK-target, met de docent van Engels bespreek ik de manier waarop zij schrijfvaardigheid aanbiedt en het maken van toetsen.
Met de docent Nederlands/Spaans bespreek ik elke week een uur lang wat ik doe, hoe het gaat, wat ik moet veranderen en wat vooral niet.
Ook zij lopen na al die jaren keihard tegen het gegeven dat je inderdaad eerst wekenlang terug aan het schakelen bent, en dat het steeds opnieuw beginnen heel erg lastig blijft.
Ik ben niet de enige docent die steeds opnieuw op een andere manier grammatica-problemen behandelt die eigenlijk niet thuis horen in het examenjaar....
Ik krijg terug dat ik een heleboel dingen doe zoals zij, en daarmee lijk ik redelijk goed in de MVT-sektie van onze school te passen.
Het lesgeven hier is een hele compacte, helemaal op het staats-examen toegespitste, race naar het einde van het jaar, waarin ik, daar ben ik heel eerlijk in, veel meer bezig ben met het zorgen dat ze alles gehad hebben, in plaats van met hoe ze het gehad hebben...
Mijn lessen Geschiedenis lopen nu opeens helemaal vanzelf, de oude sloffen zitten altijd beter dan de nieuwe hippe schoenen denk ik dan maar...
Ploeteren is ook erg leerzaam ondervind ik nu, tenzij het echt stumperen wordt.
Daar zouden ze een schaal in moeten maken: zwoegen is gewoon hard werken, ploeteren is als een kip zonder kop, stumperen is kansloos.
Ik heb al een plan B bedacht voor het geval mijn stage echt niet van de grond komt: het praktijkonderzoek afronden en volgend jaar de stage, desnoods ergens anders...
Maar de deadline om knopen door te hakken staat nu vast voor de Kerstvakantie, niet eerder.
Dit weekend eerst maar eens de grote indicatie-toets Duits en de eerste toets van Geschiedenis nakijken, dat lijkt me een uitstekende klus voor de zondagmiddag.
Troost u, begeleiders, als u er al gek van wordt dat ik elke week opnieuw lijk te beginnen: ik ook.
Drie weken lesvrij op de HAN voelt als een cadeautje.
Ik contempleer met betrekking tot de opleiding herhaaldelijk over dat gooien van die handdoek in de spreekwoordelijke ring, maar dat mag gewoon niet van verschillende docenten die mij de afgelopen jaren hebben meegemaakt, zo is mij medegedeeld.
Dus verder maar weer, ik wil dit ook zo graag afmaken.
Een week alleen maar werken is een heel fijn vooruitzicht.
Op zich gaat het in die vier klassen Duits die ik heb toch elke week beter.
Het samenwerken met de andere docenten, met wie ik regelmatig de werkwijzers naast elkaar leg om te kijken wat er hoe en in welke mate wordt aangeboden, loopt soepel.
Ook al is het een ander ERK-target, met de docent van Engels bespreek ik de manier waarop zij schrijfvaardigheid aanbiedt en het maken van toetsen.
Met de docent Nederlands/Spaans bespreek ik elke week een uur lang wat ik doe, hoe het gaat, wat ik moet veranderen en wat vooral niet.
Ook zij lopen na al die jaren keihard tegen het gegeven dat je inderdaad eerst wekenlang terug aan het schakelen bent, en dat het steeds opnieuw beginnen heel erg lastig blijft.
Ik ben niet de enige docent die steeds opnieuw op een andere manier grammatica-problemen behandelt die eigenlijk niet thuis horen in het examenjaar....
Ik krijg terug dat ik een heleboel dingen doe zoals zij, en daarmee lijk ik redelijk goed in de MVT-sektie van onze school te passen.
Het lesgeven hier is een hele compacte, helemaal op het staats-examen toegespitste, race naar het einde van het jaar, waarin ik, daar ben ik heel eerlijk in, veel meer bezig ben met het zorgen dat ze alles gehad hebben, in plaats van met hoe ze het gehad hebben...
Mijn lessen Geschiedenis lopen nu opeens helemaal vanzelf, de oude sloffen zitten altijd beter dan de nieuwe hippe schoenen denk ik dan maar...
Ploeteren is ook erg leerzaam ondervind ik nu, tenzij het echt stumperen wordt.
Daar zouden ze een schaal in moeten maken: zwoegen is gewoon hard werken, ploeteren is als een kip zonder kop, stumperen is kansloos.
Ik heb al een plan B bedacht voor het geval mijn stage echt niet van de grond komt: het praktijkonderzoek afronden en volgend jaar de stage, desnoods ergens anders...
Maar de deadline om knopen door te hakken staat nu vast voor de Kerstvakantie, niet eerder.
Dit weekend eerst maar eens de grote indicatie-toets Duits en de eerste toets van Geschiedenis nakijken, dat lijkt me een uitstekende klus voor de zondagmiddag.
Troost u, begeleiders, als u er al gek van wordt dat ik elke week opnieuw lijk te beginnen: ik ook.
Sonntag, 9. Oktober 2011
Damn slow...
Met het risico op een versleten plaat te gaan lijken...er zit nog geen schot in mijn stage-planning, maar de tijd verstrijkt en de druk loopt op.
Over een maand moet ik examenadviezen gaan geven, en dat lijkt op dit moment gewoonweg absurd.
Het voortdurend zoeken en elke dag opnieuw beginnen is erger dan ooit.
Ik heb dit probleem nooit gehad met het geven van Geschiedenis.
Daar staat of valt het soms wel met wat gemiste structuurbegrippen, maar de grove basis is er altijd nog wel.
Ik ervaar nu aan den lijve waarom het verloop van de Duits-docenten bij ons zo groot is de laatste twee jaar : de bouw-metafoor breekt ze op.
Ik weet namelijk niet alleen niet wat ze willen dat ik bouw deze week, bouwen met stenen die elke keer uit elkaar vallen is lastiger dan wat ik tot nu toe deed.
Elke les zit er een nieuwe leerling voor mijn neus, die frequentie loopt fors op.
De klassen zijn niet meer op maat gedifferentieerd, elke leerling heeft zijn eigen differentiatie.
Er is geen sprake meer van een logische opeenvolging van lessen, elke leerling is met een individueel traject bezig, gaat een tijdje op vakantie of zit nog op de rebound (en die leerlingen krijgen mij niet eens te zien, maar krijgen wel toetsen via mij omdat er daar geen docent voor ze is), samenwerkend leren is vrijwel onmogelijk, want de één spreekt een beetje Duits, en de ander verstaat er helemaal niets van of doet alsof om van het gezever af te zijn.
Ik kan mensen niet tot elkaar of elkaars stoornis veroordelen in zo'n setting, alleen maar omdat dit een eis is waaraan de lesjes uit mijn lessenreeks moeten voldoen in het kader van de proeve en mijn stage.
Ik heb de afgelopen week eigenlijk alleen maar met de gedachte rondgelopen dat het misschien toch allemaal gewoon niet lukt op deze school, en ik beter met die hele opleiding kan stoppen.
Want ergens anders stage gaan lopen om het wel kloppend te krijgen is eigenlijk ook de kop in het zand steken, want er zijn nu eenmaal scholen als deze en daar werken mensen zoals ik.
Dit kan toch niet anders dan een situatie zijn waarin zich meer stagiaires bevinden, omdat er natuurlijk meer scholen zijn met leerlingen zoals bij ons...Waarom lukt het dan niet?
Die vervloekte powerpoint van twintig pagina's waarin puntsgewijs staat waar de lessenreeks allemaal aan moet voldoen is misschien toch mijn nekslag geweest.
Dát, en een flinke verkoudheid waardoor ik een paar dagen gevloerd was.
Overeindkrabbelend zie ik even niet meer hoe ik het moet gaan aanpakken vanaf hier, en het stopt nooit, dit is het, elke dag, steeds opnieuw...
De theorie van mijn opleiding begint, vergeleken met mijn grimmige alledaagse praktijk, te lijken op een onrealistische nare roze wolk met bloemen en konijntjes, waar iedereen braaf naar school komt en zijn lesjes leert, een appel voor de juf meenemend en met blozende wangetjes en succesverhalen weer naar huis gaat : "Allemaal een acht vandaag, goed gedaan juf! ".
Als het resultaat van de leerlingen daadwerkelijk iets zegt over de kwaliteit van de docent (zoals mevrouw Bijsterveld en een paar onderwijsdeskundigen herhaaldelijk in mijn oor blijven roeptoeteren) dan zou ik eigenlijk uit principe de handdoek in de ring moeten gooien.
Ik ga steeds langzamer, zo dadelijk sta ik stil.
Dan val ik om, zwaartekracht, of ik zie het opeens wel, het licht....
Over een maand moet ik examenadviezen gaan geven, en dat lijkt op dit moment gewoonweg absurd.
Het voortdurend zoeken en elke dag opnieuw beginnen is erger dan ooit.
Ik heb dit probleem nooit gehad met het geven van Geschiedenis.
Daar staat of valt het soms wel met wat gemiste structuurbegrippen, maar de grove basis is er altijd nog wel.
Ik ervaar nu aan den lijve waarom het verloop van de Duits-docenten bij ons zo groot is de laatste twee jaar : de bouw-metafoor breekt ze op.
Ik weet namelijk niet alleen niet wat ze willen dat ik bouw deze week, bouwen met stenen die elke keer uit elkaar vallen is lastiger dan wat ik tot nu toe deed.
Elke les zit er een nieuwe leerling voor mijn neus, die frequentie loopt fors op.
De klassen zijn niet meer op maat gedifferentieerd, elke leerling heeft zijn eigen differentiatie.
Er is geen sprake meer van een logische opeenvolging van lessen, elke leerling is met een individueel traject bezig, gaat een tijdje op vakantie of zit nog op de rebound (en die leerlingen krijgen mij niet eens te zien, maar krijgen wel toetsen via mij omdat er daar geen docent voor ze is), samenwerkend leren is vrijwel onmogelijk, want de één spreekt een beetje Duits, en de ander verstaat er helemaal niets van of doet alsof om van het gezever af te zijn.
Ik kan mensen niet tot elkaar of elkaars stoornis veroordelen in zo'n setting, alleen maar omdat dit een eis is waaraan de lesjes uit mijn lessenreeks moeten voldoen in het kader van de proeve en mijn stage.
Ik heb de afgelopen week eigenlijk alleen maar met de gedachte rondgelopen dat het misschien toch allemaal gewoon niet lukt op deze school, en ik beter met die hele opleiding kan stoppen.
Want ergens anders stage gaan lopen om het wel kloppend te krijgen is eigenlijk ook de kop in het zand steken, want er zijn nu eenmaal scholen als deze en daar werken mensen zoals ik.
Dit kan toch niet anders dan een situatie zijn waarin zich meer stagiaires bevinden, omdat er natuurlijk meer scholen zijn met leerlingen zoals bij ons...Waarom lukt het dan niet?
Die vervloekte powerpoint van twintig pagina's waarin puntsgewijs staat waar de lessenreeks allemaal aan moet voldoen is misschien toch mijn nekslag geweest.
Dát, en een flinke verkoudheid waardoor ik een paar dagen gevloerd was.
Overeindkrabbelend zie ik even niet meer hoe ik het moet gaan aanpakken vanaf hier, en het stopt nooit, dit is het, elke dag, steeds opnieuw...
De theorie van mijn opleiding begint, vergeleken met mijn grimmige alledaagse praktijk, te lijken op een onrealistische nare roze wolk met bloemen en konijntjes, waar iedereen braaf naar school komt en zijn lesjes leert, een appel voor de juf meenemend en met blozende wangetjes en succesverhalen weer naar huis gaat : "Allemaal een acht vandaag, goed gedaan juf! ".
Als het resultaat van de leerlingen daadwerkelijk iets zegt over de kwaliteit van de docent (zoals mevrouw Bijsterveld en een paar onderwijsdeskundigen herhaaldelijk in mijn oor blijven roeptoeteren) dan zou ik eigenlijk uit principe de handdoek in de ring moeten gooien.
Ik ga steeds langzamer, zo dadelijk sta ik stil.
Dan val ik om, zwaartekracht, of ik zie het opeens wel, het licht....
Freitag, 30. September 2011
Shoppen.
Dat is wat ik kan doen.
Ik besef heel goed dat mijn werkvloer niet helemaal aansluit op de eisen van de proeve van bekwaamheid.
Nu zijn er natuurlijk meer mensen die in het speciaal onderwijs werken, of zelf hun materiaal moeten samenstellen, maar ik begin steeds meer door te krijgen waar mijn handicaps in deze zitten.
Ik moet straks voor mijn opleiding een doorlopende leerlijn beschrijven die er niet is.
Ik moet er eentje ontwerpen en uitvoeren, maar er is niemand die hem kan volgen.
Ik krijg nu met regelmaat van elke twee weken nieuwe leerlingen in mijn groepen, ze gaan trouwens ook weer in hetzelfde tempo weg, naar een andere school of hogere niveau-groep.
Dat zorgt er voor dat ik in de drie weken dat ik een onderbouwgroep heb, maar ook in de bovenbouw, steeds een wisselende populatie voor mijn neus heb zitten.
Tot aan de kerst zeker is dat elk jaar het beeld, daarna houd je een redelijk stabiel groepje over dat de rest van de rit van dat jaar uitzit...
Elke lesplanner die ik had, met elke oefening die ik aanbood, gedifferentieerd en wel, kon halverwege de les aan de kant worden geschoven, omdat het geen zin had om voort te bouwen op een gammel fundament.
Of omdat degene voor wie de extra ingelaste les bedoeld was er niet meer was.
Nu ben ik dat gewend, en met het geven van Geschiedenis was dit nooit een heel groot probleem, ik kan improviseren en na zeventien jaar raak je ook wel gewend aan het gekkenhuis dat Eigenwijs heet.
Maar bij het aanleveren van de bouwstenen, waar ze de taal mee opbouwen, is inmiddels de bestelling al zo vaak veranderd dat ik soms niet meer zo goed weet wat ik nu aan het bouwen ben zeg maar.
Ik ben dan ook voornamelijk gaten aan het dichten en nog steeds aan het determineren op welk niveau iedereen zit.
Maar het levert wel bizarre situaties op: iemand die over een paar maanden examen wil/moet doen leren zinnen te ontleden bijvoorbeeld...dat is stof uit groep 8 en ik vraag me af wat er mis gegaan is bij zo iemand.
Ik ben inmiddels wel blij dat ik geen mentor ben.
Ik heb ruim zes jaar mentoraat gedraaid en me ook in die spagaat bevonden dat ik als docent vind dat het gewoon niet kan om iemand met zo'n gatenkaas-carrière het examen in te sturen, terwijl ik als mentor niet anders kan dan iemand die nog maar één jaar de tijd heeft het examen te laten aanvragen en het beste er van te hopen en dus zo iemand naar mijn collega's te sturen met de mededeling dat het dit jaar moet gebeuren anders wordt het niets meer.
Het Flexcollege is laatste-kans-onderwijs, dat is onze onderwijs-realiteit.
Ik moet ze daarnaast ook nog eens eerst opvoeden.
Jawel, je maakt wel huiswerk als ik je dat vraag, ook al hoefde dat op je vorige school niet.
Jawel, je moet die rijtjes gewoon leren, ook al hoefde dat op je vorige school niet.
Jawel, je moet wel naar mijn les komen als ik dat vraag, ook al...
Jawel, ik weet dat je het op je vorige school allemaal anders deed, maar daarom zit je nu ook hier, lieve schat.
Ik ben vooral pedagoog en daarna docent, ik zou het ook graag anders om willen zien of in ieder geval iets meer in balans.
Het Flex College is door het gehele middelbare onderwijs in de regio in het leven geroepen , als antwoord op de hoge uitval, en is dus gericht op maximale uitstroom: snel en compact op niveau brengen voor het examen en door laten stromen naar het MBO.
Dat wij daarnaast proberen toch zoveel mogelijk binnen onderwijskaders te blijven en ze toch meer aan te bieden dan alleen examentraining, waar mogelijk, is een hele kluif.
Daarnaast de regels van de proeve van bekwaamheid leggen en proberen om vijf aanéénsluitende lesjes te geven lijkt op dit moment een fop-opdracht.
Maar ik ga shoppen.
Samenwerkend leren doen ze in de bovenbouw, want daar zijn ze met meer.
Leuke concentrische leesopdrachten doe ik in de werkuren, want daar zitten ze redelijk stil en kunnen ze geen kant op.
Oefeningen maken en grammatica-lessen doen ze in de onderbouw met een methode omdat ze daar vaak echt op nul beginnen, ook al zijn ze de vijftien al gepasseerd.
En dan ga ik daarna wel kijken hoe ik dat allemaal aan de theorie verbind.
Het kan dus nog even duren voordat ik aan het schrijven sla, maar ik heb besloten dat ik geen haast heb en dit niet wil afraffelen.
Werk in uitvoering wederom.
Ik besef heel goed dat mijn werkvloer niet helemaal aansluit op de eisen van de proeve van bekwaamheid.
Nu zijn er natuurlijk meer mensen die in het speciaal onderwijs werken, of zelf hun materiaal moeten samenstellen, maar ik begin steeds meer door te krijgen waar mijn handicaps in deze zitten.
Ik moet straks voor mijn opleiding een doorlopende leerlijn beschrijven die er niet is.
Ik moet er eentje ontwerpen en uitvoeren, maar er is niemand die hem kan volgen.
Ik krijg nu met regelmaat van elke twee weken nieuwe leerlingen in mijn groepen, ze gaan trouwens ook weer in hetzelfde tempo weg, naar een andere school of hogere niveau-groep.
Dat zorgt er voor dat ik in de drie weken dat ik een onderbouwgroep heb, maar ook in de bovenbouw, steeds een wisselende populatie voor mijn neus heb zitten.
Tot aan de kerst zeker is dat elk jaar het beeld, daarna houd je een redelijk stabiel groepje over dat de rest van de rit van dat jaar uitzit...
Elke lesplanner die ik had, met elke oefening die ik aanbood, gedifferentieerd en wel, kon halverwege de les aan de kant worden geschoven, omdat het geen zin had om voort te bouwen op een gammel fundament.
Of omdat degene voor wie de extra ingelaste les bedoeld was er niet meer was.
Nu ben ik dat gewend, en met het geven van Geschiedenis was dit nooit een heel groot probleem, ik kan improviseren en na zeventien jaar raak je ook wel gewend aan het gekkenhuis dat Eigenwijs heet.
Maar bij het aanleveren van de bouwstenen, waar ze de taal mee opbouwen, is inmiddels de bestelling al zo vaak veranderd dat ik soms niet meer zo goed weet wat ik nu aan het bouwen ben zeg maar.
Ik ben dan ook voornamelijk gaten aan het dichten en nog steeds aan het determineren op welk niveau iedereen zit.
Maar het levert wel bizarre situaties op: iemand die over een paar maanden examen wil/moet doen leren zinnen te ontleden bijvoorbeeld...dat is stof uit groep 8 en ik vraag me af wat er mis gegaan is bij zo iemand.
Ik ben inmiddels wel blij dat ik geen mentor ben.
Ik heb ruim zes jaar mentoraat gedraaid en me ook in die spagaat bevonden dat ik als docent vind dat het gewoon niet kan om iemand met zo'n gatenkaas-carrière het examen in te sturen, terwijl ik als mentor niet anders kan dan iemand die nog maar één jaar de tijd heeft het examen te laten aanvragen en het beste er van te hopen en dus zo iemand naar mijn collega's te sturen met de mededeling dat het dit jaar moet gebeuren anders wordt het niets meer.
Het Flexcollege is laatste-kans-onderwijs, dat is onze onderwijs-realiteit.
Ik moet ze daarnaast ook nog eens eerst opvoeden.
Jawel, je maakt wel huiswerk als ik je dat vraag, ook al hoefde dat op je vorige school niet.
Jawel, je moet die rijtjes gewoon leren, ook al hoefde dat op je vorige school niet.
Jawel, je moet wel naar mijn les komen als ik dat vraag, ook al...
Jawel, ik weet dat je het op je vorige school allemaal anders deed, maar daarom zit je nu ook hier, lieve schat.
Ik ben vooral pedagoog en daarna docent, ik zou het ook graag anders om willen zien of in ieder geval iets meer in balans.
Het Flex College is door het gehele middelbare onderwijs in de regio in het leven geroepen , als antwoord op de hoge uitval, en is dus gericht op maximale uitstroom: snel en compact op niveau brengen voor het examen en door laten stromen naar het MBO.
Dat wij daarnaast proberen toch zoveel mogelijk binnen onderwijskaders te blijven en ze toch meer aan te bieden dan alleen examentraining, waar mogelijk, is een hele kluif.
Daarnaast de regels van de proeve van bekwaamheid leggen en proberen om vijf aanéénsluitende lesjes te geven lijkt op dit moment een fop-opdracht.
Maar ik ga shoppen.
Samenwerkend leren doen ze in de bovenbouw, want daar zijn ze met meer.
Leuke concentrische leesopdrachten doe ik in de werkuren, want daar zitten ze redelijk stil en kunnen ze geen kant op.
Oefeningen maken en grammatica-lessen doen ze in de onderbouw met een methode omdat ze daar vaak echt op nul beginnen, ook al zijn ze de vijftien al gepasseerd.
En dan ga ik daarna wel kijken hoe ik dat allemaal aan de theorie verbind.
Het kan dus nog even duren voordat ik aan het schrijven sla, maar ik heb besloten dat ik geen haast heb en dit niet wil afraffelen.
Werk in uitvoering wederom.
Freitag, 23. September 2011
Leesvaardigheid enzo...
Ik ben deze week begonnen met leesvaardigheid en schrijfvaardigheid in de onderbouw.
En met leestraining voor de bovenbouw.
Zodra ik een beetje door heb waar hun startpunt is ga ik daar die lessenreeks op af stemmen.
Ik heb geen vaste methode hier waar we mee werken, ik stel het meeste zelf samen, maar wellicht kies ik er straks gewoon eentje uit en hang de lessen daar aan op.
Op dit moment zijn het vooral korte opdrachten en onderwijs-leergesprekken, om ze te laten wennen aan het Duits en aan het praten te krijgen.
Ik weet dat het niet echt ideaal is om leerlingen hardop te laten lezen om hun uitspraak te oefenen, maar ik wilde toch eens horen hoe ze het in de onderbouw aanpakten, zo'n tekst.
Ik kon een snelle inventarisatie maken van de uitspraak en waar aan gewerkt kan worden, en vanaf nu ga ik het weer doen zoals het volgens het boekje moet.
Door ze ook stil te laten lezen, leren ze op tempo te lezen, en dat moeten ze volgend jaar kunnen...
We gaan vanaf nu klassikaal werken aan hun leesdossier en ik heb al twee boeken uitgekozen voor beide bovenbouw-klassen, een programma-onderdeel waar ik me al erg op verheug.

Vanaf nu moeten ze elke week een substantieel deel van het boek lezen thuis, terwijl ik in de les meer vertel over de periode, de auteur...
Lezen is niet hun forté, maar ik vind de boeken zelf interessant en ik hoop dat mijn enthousiasme ze over de streep kan trekken.
Verder is het de komende twee weken vooral zaak zo snel mogelijk te determineren waar ze staan met het oog op hun examenniveau.
Aangezien ik een deel van de mensen helemaal niet ken, een deel van de mensen nooit Duits heeft gehad, en een deel net deze week ingestroomd is, moet ik een noodgreep doen en terugvallen op woordjes leren.
De grote grammatica indicatie-toets komt namelijk pas in week 41, maar de week daarvoor is er al een "signalering", en ik moet per leerling aangeven of ze überhaupt werken, of ze in de goede niveau-groep zitten en of er al probleemgebieden aan te wijzen zijn op het stuk "leren", want dat er bij allen een motivatie-issue of iets anders ligt is eigenlijk een open deur, die ik liever niet ga intrappen.
Ik heb besloten dit, vanaf nu schriftelijk, elke week met de vocabulaire-lijsten te toetsen: Heb je geleerd? Heb je goed geleerd? Heb je de woorden begrepen?
Het geeft me misschien niet echt een duidelijke probleem of fouten-analyse, maar ik zie wel meteen wie er werkt en wie niet...
Ook belangrijk.
En met leestraining voor de bovenbouw.
Zodra ik een beetje door heb waar hun startpunt is ga ik daar die lessenreeks op af stemmen.
Ik heb geen vaste methode hier waar we mee werken, ik stel het meeste zelf samen, maar wellicht kies ik er straks gewoon eentje uit en hang de lessen daar aan op.
Op dit moment zijn het vooral korte opdrachten en onderwijs-leergesprekken, om ze te laten wennen aan het Duits en aan het praten te krijgen.
Ik weet dat het niet echt ideaal is om leerlingen hardop te laten lezen om hun uitspraak te oefenen, maar ik wilde toch eens horen hoe ze het in de onderbouw aanpakten, zo'n tekst.
Ik kon een snelle inventarisatie maken van de uitspraak en waar aan gewerkt kan worden, en vanaf nu ga ik het weer doen zoals het volgens het boekje moet.
Door ze ook stil te laten lezen, leren ze op tempo te lezen, en dat moeten ze volgend jaar kunnen...
We gaan vanaf nu klassikaal werken aan hun leesdossier en ik heb al twee boeken uitgekozen voor beide bovenbouw-klassen, een programma-onderdeel waar ik me al erg op verheug.

Vanaf nu moeten ze elke week een substantieel deel van het boek lezen thuis, terwijl ik in de les meer vertel over de periode, de auteur...
Lezen is niet hun forté, maar ik vind de boeken zelf interessant en ik hoop dat mijn enthousiasme ze over de streep kan trekken.
Verder is het de komende twee weken vooral zaak zo snel mogelijk te determineren waar ze staan met het oog op hun examenniveau.
Aangezien ik een deel van de mensen helemaal niet ken, een deel van de mensen nooit Duits heeft gehad, en een deel net deze week ingestroomd is, moet ik een noodgreep doen en terugvallen op woordjes leren.
De grote grammatica indicatie-toets komt namelijk pas in week 41, maar de week daarvoor is er al een "signalering", en ik moet per leerling aangeven of ze überhaupt werken, of ze in de goede niveau-groep zitten en of er al probleemgebieden aan te wijzen zijn op het stuk "leren", want dat er bij allen een motivatie-issue of iets anders ligt is eigenlijk een open deur, die ik liever niet ga intrappen.
Ik heb besloten dit, vanaf nu schriftelijk, elke week met de vocabulaire-lijsten te toetsen: Heb je geleerd? Heb je goed geleerd? Heb je de woorden begrepen?
Het geeft me misschien niet echt een duidelijke probleem of fouten-analyse, maar ik zie wel meteen wie er werkt en wie niet...
Ook belangrijk.
Freitag, 16. September 2011
Lessenserie?... damn!
Vrolijk werd ik er niet van, van de powerpoint over de lessenserie en de criteria.
Bovenop alles wat ik nu al in mijn hoofd heb komt ook de paniek dat ik straks misschien niet kan laten zien dat ik dit vak beheers, dat ik in plaats van theoretisch veel te praktisch ben.
Er moet zoveel in, er lijkt zo weinig ruimte op mijn werk om dat er allemaal in te proppen.
Wij zijn zoals eerder gezegd "turbo", wij zijn eigenlijk voornamelijk ingericht als veredelde examentraining, wij zijn maar twee á drie jaar uit hun leven...
De vormtaal die mij wordt gevraagd te gebruiken voor de verslaglegging is gewoon anders dan waar ik dagelijks tegen aan loop, soms denk ik wel eens dat ik verpest ben voor het reguliere onderwijs...
De school waar ik werk is verre van aangeharkt, de leerlingen zijn complex en het zijn er eigenlijk te weinig in de onderbouw om een reguliere stage mee te lopen.
Ik ga nooit in een rechte lijn van A naar B, ben altijd weer opnieuw aan het beginnen, heb elke twee weken een nieuwe leerling erbij door de open instroom en al met al krijg ik stevig de zenuwen op mijn maag als mij gevraagd wordt dit nu al allemaal te koppelen aan de theorie van de opleiding.
Mocht het allemaal helemaal niet meer lukken, moet ik er nog een jaar studie aan vastplakken, zelfs in het uiterste geval deze opleiding eventueel niet kunnen afsluiten bij gebrek aan een goed portfolio of een voldoende beoordeling, ben ik nog steeds de docent Duits...dat is een vreemde, beetje enge gedachte maar vreemd genoeg ook geruststellend.
Als ik mijn zogenaamde "pad van mislukking visualiseer" (cognitief trucje) leef ik aan het eind gewoon nog!, er kan mij dus niets engs gebeuren.
Ik ben vandaag na gisteren weer een beetje zen en ga maar gewoon stug door.
Maandag is er weer een week.
Bovenop alles wat ik nu al in mijn hoofd heb komt ook de paniek dat ik straks misschien niet kan laten zien dat ik dit vak beheers, dat ik in plaats van theoretisch veel te praktisch ben.
Er moet zoveel in, er lijkt zo weinig ruimte op mijn werk om dat er allemaal in te proppen.
Wij zijn zoals eerder gezegd "turbo", wij zijn eigenlijk voornamelijk ingericht als veredelde examentraining, wij zijn maar twee á drie jaar uit hun leven...
De vormtaal die mij wordt gevraagd te gebruiken voor de verslaglegging is gewoon anders dan waar ik dagelijks tegen aan loop, soms denk ik wel eens dat ik verpest ben voor het reguliere onderwijs...
De school waar ik werk is verre van aangeharkt, de leerlingen zijn complex en het zijn er eigenlijk te weinig in de onderbouw om een reguliere stage mee te lopen.
Ik ga nooit in een rechte lijn van A naar B, ben altijd weer opnieuw aan het beginnen, heb elke twee weken een nieuwe leerling erbij door de open instroom en al met al krijg ik stevig de zenuwen op mijn maag als mij gevraagd wordt dit nu al allemaal te koppelen aan de theorie van de opleiding.
Mocht het allemaal helemaal niet meer lukken, moet ik er nog een jaar studie aan vastplakken, zelfs in het uiterste geval deze opleiding eventueel niet kunnen afsluiten bij gebrek aan een goed portfolio of een voldoende beoordeling, ben ik nog steeds de docent Duits...dat is een vreemde, beetje enge gedachte maar vreemd genoeg ook geruststellend.
Als ik mijn zogenaamde "pad van mislukking visualiseer" (cognitief trucje) leef ik aan het eind gewoon nog!, er kan mij dus niets engs gebeuren.
Ik ben vandaag na gisteren weer een beetje zen en ga maar gewoon stug door.
Maandag is er weer een week.
Dienstag, 13. September 2011
Wow.
Ik dacht dat ik alles had gehad.
De voorbereiding is 1 ding, je biedt ze stof aan waarvan je eigenlijk verwacht dat het een herhaling is, maar dan moet je zoveel stappen terug doen dat het net lijkt alsof ze nog nooit van deze taal hebben gehoord.
Ik had met de rest van de MVT-sectie, en dus met mijn stagebegeleidster, afgesproken dat ik ze een stukje grammatica (de voorzetsels en hoe dat ook weer zit met die naamvallen) aan biedt en als ze dat beheersen ga ik snel door: zo gezegd zo gedaan.
Maar tot nu toe heeft alle grammatica (en de oefeningen die erbij horen) die ik ze voorleg alleen maar meer vragen opgeroepen en ben ik nu maar weer de persoonlijke voornaamwoorden in de eerste, derde en vierde naamval uit aan het leggen...
Terwijl ik examenteksten met ze moet oefenen, en schrijfvaardigheid!
Het is nog te vroeg om in paniek te raken.
Dus ben ik toch maar begonnen ze daarnaast te begeleiden met hun leesdossier.
Ik ben bijna klaar met een reader waarin ik alles nog een keer opsom: strategieën en tips, suggesties voor boeken en gedichten, de eisen en het programma van het examen waar ze over een paar maanden mee worden geconfronteerd, de deadline in week 48, de toets in die week die bepaalt of ze in de bovenbouw mogen blijven zitten.
Ik weet dat het hier allemaal ietsje anders loopt dan op andere scholen.
Het is een soort turbo-klas, heel compact en intensief: redt je het niet dit jaar?, ok!, maar doe een stap terug, je zit niet op examenniveau...
Voor mij voelt het ook behoorlijk als turbo, zwemmen in het diepe, op deze manier.
Ik weet nog steeds niet wat de HAN (lees: de stagebeoordelaar) precies denkt over deze school, en haar methodes, maar ik geloof dat ik er wel veel van leer.
Als ik dit jaar overleef, kan ik alles aan.
De voorbereiding is 1 ding, je biedt ze stof aan waarvan je eigenlijk verwacht dat het een herhaling is, maar dan moet je zoveel stappen terug doen dat het net lijkt alsof ze nog nooit van deze taal hebben gehoord.
Ik had met de rest van de MVT-sectie, en dus met mijn stagebegeleidster, afgesproken dat ik ze een stukje grammatica (de voorzetsels en hoe dat ook weer zit met die naamvallen) aan biedt en als ze dat beheersen ga ik snel door: zo gezegd zo gedaan.
Maar tot nu toe heeft alle grammatica (en de oefeningen die erbij horen) die ik ze voorleg alleen maar meer vragen opgeroepen en ben ik nu maar weer de persoonlijke voornaamwoorden in de eerste, derde en vierde naamval uit aan het leggen...
Terwijl ik examenteksten met ze moet oefenen, en schrijfvaardigheid!
Het is nog te vroeg om in paniek te raken.
Dus ben ik toch maar begonnen ze daarnaast te begeleiden met hun leesdossier.
Ik ben bijna klaar met een reader waarin ik alles nog een keer opsom: strategieën en tips, suggesties voor boeken en gedichten, de eisen en het programma van het examen waar ze over een paar maanden mee worden geconfronteerd, de deadline in week 48, de toets in die week die bepaalt of ze in de bovenbouw mogen blijven zitten.
Ik weet dat het hier allemaal ietsje anders loopt dan op andere scholen.
Het is een soort turbo-klas, heel compact en intensief: redt je het niet dit jaar?, ok!, maar doe een stap terug, je zit niet op examenniveau...
Voor mij voelt het ook behoorlijk als turbo, zwemmen in het diepe, op deze manier.
Ik weet nog steeds niet wat de HAN (lees: de stagebeoordelaar) precies denkt over deze school, en haar methodes, maar ik geloof dat ik er wel veel van leer.
Als ik dit jaar overleef, kan ik alles aan.
Montag, 12. September 2011
Pfff!
Mijn voornaamste prioriteit is het inschatten van het niveau.
Niet alleen omdat hier tijdsdruk mee gemoeid is, we moeten na de herfstvakantie aangeven of iemand zijn of haar examen mag aanvragen.
Maar ook omdat ik de neiging heb om tijdens de les te moeilijke of te gemakkelijke oefeningen aan te bieden.
Dat leer ik nog wel, maar dit probleem was mij tijdens de vakdidactiek-lessen al wel opgevallen...
Ik denk dat dit één van mijn grootste obstakels is: dat ik bovenbouw-klassen gewend ben, zoals ik nu ook weer heb.
In mijn stage-klas, die deze week dan toch gaat beginnen met 1 (!) leerling, moet ik alles weer tot de basis terugbrengen, maar niet te langzaam gaan of te kinderachtig instrueren, omdat het geen echte brugklassers zijn, maar oudere leerlingen met heel veel gaten in hun kennis.
Bij geschiedenis doe ik dat lekker op routine, maar met Duits voel ik me een 'absolute beginner'.
Ik ga maar weer eens een sterkte/zwakte-analyse erop loslaten, om mijn LWPL te kunnen bijstellen dan wel af te stoffen, kan nooit kwaad.
Niet alleen omdat hier tijdsdruk mee gemoeid is, we moeten na de herfstvakantie aangeven of iemand zijn of haar examen mag aanvragen.
Maar ook omdat ik de neiging heb om tijdens de les te moeilijke of te gemakkelijke oefeningen aan te bieden.
Dat leer ik nog wel, maar dit probleem was mij tijdens de vakdidactiek-lessen al wel opgevallen...
Ik denk dat dit één van mijn grootste obstakels is: dat ik bovenbouw-klassen gewend ben, zoals ik nu ook weer heb.
In mijn stage-klas, die deze week dan toch gaat beginnen met 1 (!) leerling, moet ik alles weer tot de basis terugbrengen, maar niet te langzaam gaan of te kinderachtig instrueren, omdat het geen echte brugklassers zijn, maar oudere leerlingen met heel veel gaten in hun kennis.
Bij geschiedenis doe ik dat lekker op routine, maar met Duits voel ik me een 'absolute beginner'.
Ik ga maar weer eens een sterkte/zwakte-analyse erop loslaten, om mijn LWPL te kunnen bijstellen dan wel af te stoffen, kan nooit kwaad.
Mittwoch, 31. August 2011
Eerste week.
En al gelijk een probleem.
Er is maar één leerling voor de onderbouw.
Dat worden er wel meer in de loop van de maanden, zoals elk jaar, maar vooralsnog is het een beetje karig, zeker als de andere leerling ziek thuis zit.
Ik ben blij dat mijn stage dus nog niet echt begonnen is, ik geef mezelf nog een week of drie om het op te zetten, ook al zijn de lessen wel begonnen.
Ik ben namelijk tegelijkertijd verantwoordelijk voor die bovenbouw, ik bén de sektie Duits, en dat is toch wel een hele kluif.
Zeker met in combinatie met de opleiding die ook niet al te kinderachtig is in het laatste jaar.
Ik weet dat deze constructie wellicht niet handig is, maar ik ga er absoluut heel veel van leren.
Ik krijg gelukkig veel ondersteuning van de hele MVT-afdeling, waarmee we inmiddels de vakoverschrijdende taal-pilot hebben gelanceerd en waarover ik vast regelmatig meer ga vertellen.
Elke twee weken zitten we bij elkaar, stemmen we onze lesplannen op elkaar af en wordt ik gecoacht.
Maar de examengroepen draaien nu en daar begin ik steeds meer vertrouwen in te krijgen.
Het PTA zit goed in elkaar, de groepen zijn leuk en de eerste Lückentext is af.
Ik werk gewoon verder, nog steeds rustig ademhalen dus, mijn opleiding weef ik er voorzichtig doorheen vanaf vandaag, so far so good...
Er is maar één leerling voor de onderbouw.
Dat worden er wel meer in de loop van de maanden, zoals elk jaar, maar vooralsnog is het een beetje karig, zeker als de andere leerling ziek thuis zit.
Ik ben blij dat mijn stage dus nog niet echt begonnen is, ik geef mezelf nog een week of drie om het op te zetten, ook al zijn de lessen wel begonnen.
Ik ben namelijk tegelijkertijd verantwoordelijk voor die bovenbouw, ik bén de sektie Duits, en dat is toch wel een hele kluif.
Zeker met in combinatie met de opleiding die ook niet al te kinderachtig is in het laatste jaar.
Ik weet dat deze constructie wellicht niet handig is, maar ik ga er absoluut heel veel van leren.
Ik krijg gelukkig veel ondersteuning van de hele MVT-afdeling, waarmee we inmiddels de vakoverschrijdende taal-pilot hebben gelanceerd en waarover ik vast regelmatig meer ga vertellen.
Elke twee weken zitten we bij elkaar, stemmen we onze lesplannen op elkaar af en wordt ik gecoacht.
Maar de examengroepen draaien nu en daar begin ik steeds meer vertrouwen in te krijgen.
Het PTA zit goed in elkaar, de groepen zijn leuk en de eerste Lückentext is af.
Ik werk gewoon verder, nog steeds rustig ademhalen dus, mijn opleiding weef ik er voorzichtig doorheen vanaf vandaag, so far so good...
Freitag, 26. August 2011
Ready, set, go?
De school waar ik werk is langzaam aan het opstarten.
Ik heb de PTA's van de onderbouw geschiedenis, onderbouw Duits (in feite mijn stageklas), examenklas Duits havo en de examenklas Duits Vmbo-t inmiddels af.
Ook de werkwijzers beginnen ergens op te lijken, maar die willen we met de hele sektie MVT op elkaar gaan afstemmen, dus die zijn allemaal nog onder voorbehoud.
Er moet namelijk nog een MVT-reader komen, omdat we gaan kijken of het zin heeft en haalbaar is om met alle taaldocenten tegelijk de zelfde onderdelen aan te bieden waar mogelijk.
Interessant experiment, iets waar ik graag aan mee doe.
Het voelt wel een beetje raar, om als stagiaire Duits meteen ook de sektie Duits te zijn, maar mijn teamleidster heeft er vertrouwen in, overigens iets meer dan ik zelf, maar dat duurt altijd even bij mij, dus ik ga het ondertussen maar gewoon aan...
Ik begin steeds meer overzicht te krijgen in wat ik wil en moet doen dit jaar.
Ik adem in en uit...in en uit....
Ik heb de PTA's van de onderbouw geschiedenis, onderbouw Duits (in feite mijn stageklas), examenklas Duits havo en de examenklas Duits Vmbo-t inmiddels af.
Ook de werkwijzers beginnen ergens op te lijken, maar die willen we met de hele sektie MVT op elkaar gaan afstemmen, dus die zijn allemaal nog onder voorbehoud.
Er moet namelijk nog een MVT-reader komen, omdat we gaan kijken of het zin heeft en haalbaar is om met alle taaldocenten tegelijk de zelfde onderdelen aan te bieden waar mogelijk.
Interessant experiment, iets waar ik graag aan mee doe.
Het voelt wel een beetje raar, om als stagiaire Duits meteen ook de sektie Duits te zijn, maar mijn teamleidster heeft er vertrouwen in, overigens iets meer dan ik zelf, maar dat duurt altijd even bij mij, dus ik ga het ondertussen maar gewoon aan...
Ik begin steeds meer overzicht te krijgen in wat ik wil en moet doen dit jaar.
Ik adem in en uit...in en uit....
Freitag, 1. Juli 2011
De school.
De school waar ik werk is een onorthodoxe school.
Ik mag dat zeggen want ik werk er al achttien jaar en als het even mee zit zal ik ook de komende achttien jaar daar rondlopen.
Ik was dan ook erg blij dat ik er stage mocht lopen, ook al besef ik dat het doorgaans de bedoeling is dat je op meerdere scholen ervaring opdoet.
Ik heb dat in het verleden ook wel gedaan, tot ik een vaste aanstelling kreeg op deze school en daar ben ik nog steeds heel erg op mijn plek.
Het werk waar ik voor opgeleid wordt ga ik hier uitvoeren, voor eventuele tunnelvisie daardoor moet ik dus wel waken, maar ik vermoed dat mijn stagebegeleiders mij daar ook op zullen wijzen.
Het is ondertussen veilig te stellen dat ik van mijn werk en mijn vakken (Geschiedenis en Duits, in random order) houd.
En van de doelgroep, die nogal ingewikkeld is maar tegelijkertijd ook net als op alle andere scholen; onzeker en onbevreesd, bij tijd en wijle ongelukkig maar meestal optimistisch, grenzeloos en tolerant: echte overlevers zijn het.
Het is een kleine school, zeventig leerlingen, soms wat meer , soms wat minder.
Officieel zijn wij een Orthopedagogisch Didactisch Centrum (OPDC), een onderdeel van het FlexCollege te Nijmegen.
Maar in de praktijk leiden wij gewoon op voor staatsexamens en hebben wij dezelfde regels en afspraken als op de meeste scholen, zij het met net wat meer ruimte voor de leerling om het rooster samen te stellen.
Het gebouw lijkt meer op een jongerenhonk dan een school, de 'straat komt veel meer naar binnen' dan op andere scholen, maar de straat is ook waar we ze vandaan moeten halen.
We zijn tegelijkertijd 'regulierder' dan we er uitzien, onze hoofdtaken zijn gewoon onderwijs verzorgen en het aanleren van structuur.
Deze leerlingen vallen in de categorie risico-leerlingen; ze hebben een groter risico op schooluitval door een combinatie van problemen op het gebied van leren en/of gedrag, een mix van mentale, financiële, psychiatrische en soms cognitieve handicaps.
Ze hebben de hersens maar (nog) niet de nodige vaardigheden om hun startkwalificatie te halen.
Ze barsten van het talent, helaas niet altijd die talenten die ze nodig hebben om zich te manifesteren in de maatschappij.
Dus komen ze bij ons; wij hebben kleinere groepen, meer begeleiding, 1-op-1-mentoraat en een omgeving die tegen een stootje kan, waar ze zich net wat meer op hun plek voelen.
Voor alle vakken gelden dezelfde kerndoelen als op gewone scholen, alle leraren (die wij medewerkers noemen) zijn bevoegd.
We hebben een onderbouw die wij pré-groepen noemen, de examengroepen vormen onze bovenbouw.
De meeste groepen zijn gedifferentieerd en de leerlingen (die wij jongeren noemen) zitten met allerlei leeftijden , variërend van dertien tot twintig, door elkaar.
Het is voor een buitenstaander misschien even wennen, maar het is toch echt gewoon een school.
Ik mag dat zeggen want ik werk er al achttien jaar en als het even mee zit zal ik ook de komende achttien jaar daar rondlopen.
Ik was dan ook erg blij dat ik er stage mocht lopen, ook al besef ik dat het doorgaans de bedoeling is dat je op meerdere scholen ervaring opdoet.
Ik heb dat in het verleden ook wel gedaan, tot ik een vaste aanstelling kreeg op deze school en daar ben ik nog steeds heel erg op mijn plek.
Het werk waar ik voor opgeleid wordt ga ik hier uitvoeren, voor eventuele tunnelvisie daardoor moet ik dus wel waken, maar ik vermoed dat mijn stagebegeleiders mij daar ook op zullen wijzen.
Het is ondertussen veilig te stellen dat ik van mijn werk en mijn vakken (Geschiedenis en Duits, in random order) houd.
En van de doelgroep, die nogal ingewikkeld is maar tegelijkertijd ook net als op alle andere scholen; onzeker en onbevreesd, bij tijd en wijle ongelukkig maar meestal optimistisch, grenzeloos en tolerant: echte overlevers zijn het.
Het is een kleine school, zeventig leerlingen, soms wat meer , soms wat minder.
Officieel zijn wij een Orthopedagogisch Didactisch Centrum (OPDC), een onderdeel van het FlexCollege te Nijmegen.
Maar in de praktijk leiden wij gewoon op voor staatsexamens en hebben wij dezelfde regels en afspraken als op de meeste scholen, zij het met net wat meer ruimte voor de leerling om het rooster samen te stellen.
Het gebouw lijkt meer op een jongerenhonk dan een school, de 'straat komt veel meer naar binnen' dan op andere scholen, maar de straat is ook waar we ze vandaan moeten halen.
We zijn tegelijkertijd 'regulierder' dan we er uitzien, onze hoofdtaken zijn gewoon onderwijs verzorgen en het aanleren van structuur.
Deze leerlingen vallen in de categorie risico-leerlingen; ze hebben een groter risico op schooluitval door een combinatie van problemen op het gebied van leren en/of gedrag, een mix van mentale, financiële, psychiatrische en soms cognitieve handicaps.
Ze hebben de hersens maar (nog) niet de nodige vaardigheden om hun startkwalificatie te halen.
Ze barsten van het talent, helaas niet altijd die talenten die ze nodig hebben om zich te manifesteren in de maatschappij.
Dus komen ze bij ons; wij hebben kleinere groepen, meer begeleiding, 1-op-1-mentoraat en een omgeving die tegen een stootje kan, waar ze zich net wat meer op hun plek voelen.
Voor alle vakken gelden dezelfde kerndoelen als op gewone scholen, alle leraren (die wij medewerkers noemen) zijn bevoegd.
We hebben een onderbouw die wij pré-groepen noemen, de examengroepen vormen onze bovenbouw.
De meeste groepen zijn gedifferentieerd en de leerlingen (die wij jongeren noemen) zitten met allerlei leeftijden , variërend van dertien tot twintig, door elkaar.
Het is voor een buitenstaander misschien even wennen, maar het is toch echt gewoon een school.
Abonnieren
Kommentare (Atom)